Vertelperspectief

Zodra je begint te schrijven, heb je gelijk een keuze te maken: welk vertelperspectief ga je gebruiken? Welk personage vertelt het verhaal?

Sommige schrijvers vinden het fijn om te schrijven vanuit een ik-personage, anderen hanteren liever de hij/zij-personage. Er zijn in totaal vier perspectieven die je als schrijver kunt hanteren.
De één is niet beter dan de ander. Wel zijn er bepaalde voor- en nadelen waar je als schrijver rekening mee wilt houden.

In dit blog geef ik je een overzicht.

lake-1781692_960_720

Ik-perspectief

Een verhaal dat geschreven is vanuit een ik-perspectief geeft jouw lezer de mogelijkheid mee te leven met je hoofdpersonage, alsof hij het zelf meemaakt. Vooral met een waargebeurd verhaal kan dit ontzettend goed werken.

Je leest de gedachten van het ik-personage, je voelt mee met diens emoties. Alles wat de ik voelt of denkt wordt opgeschreven. Net als de ik moet je gissen naar wat andere personages denken of waarom ze de dingen doen die ze doen. Dit maakt dat het verhaal spannend blijft.

Een nadeel kan zijn dat dit beperkte en soms onbetrouwbare informatie kan opleveren. De lezer zit immers alleen in het hoofd van de ik-personage en deze denkt en doet de dingen binnen zijn eigen kaders. Vooral in situaties waar (later) blijkt dat de ik-personage onstabiel is, is dit een mogelijke valkuil. Denk maar aan een ik-personage die waanbeelden heeft maar gelooft dat dit allemaal echt is. Als lezer ga je er dan vanuit dat dit ook echt is, totdat je erachter komt dat deze ik-personage aan waanbeelden lijdt. Het kàn een supersterk verhaal zijn, zolang je precies de juiste dosering weet toe te voegen.

Je hebt in dit vertelperspectief twee mogelijkheden; je kunt schrijven in de verleden tijd (het ik-personage heeft het allemaal meegemaakt en vertelt het nu na) of je kunt schrijven in de tegenwoordige tijd (het ik-personage beleeft het op dit moment).

Hij/zij-perspectief

Met dit perspectief lijkt het alsof het verhaal zichzelf vertelt. Toch is dat niet zo. De lezer kijkt namelijk door de ogen van één personage en zit in het hoofd van deze personage gedurende het hele verhaal. Op die manier kan de lezer meeleven met wat het personage meemaakt, alsof hij naast deze personage in het verhaal staat en met hem meeloopt door het verhaal heen.

Ook dit perspectief kan onbetrouwbaar en beperkt zijn, want je volgt alleen de hoofdpersonage en diens gedachten. Er kan iets meer afstand ontstaan tussen lezer en hij/zij-perspectief, dan wanneer je voor de ik-perspectief zou kiezen. De lezer identificeert zich immers over het algemeen sneller als hij leest over “ik” die dingen zie of doe, dan “hij” die dingen ziet of doet.

Pas erop dat je bij het gebruik van dit perspectief niet per ongeluk overgaat op het volgende perspectief.

blue-eyes-1684954_960_720

De Alwetende Verteller

Een zin als “Later zou blijken dat zij…” is duidelijk vanuit het perspectief van een Alwetende Verteller geschreven. Deze verteller overziet alles en weet alles over elk personage; wat ze voelen, wat ze denken en wat ze horen of zien.

Dit perspectief werkt als je een soort gids wilt zijn voor jouw lezer. Wanneer jij als schrijver het verhaal wilt dragen en je personages alleen bijdragen zoals extra’s in een toneelstuk.

Een nadeel is wel dat jouw lezer minder betrokken zal zijn bij het verhaal omdat de personages niet centraal staan. Zij worden enkel ingezet om het verhaal van de schrijver te vertellen.

Wel kun je als schrijver het verhaal extra spannend maken met vooruitwijzingen, mits je dit op de juiste manier inzet. Bijvoorbeeld door de lezer te vertellen dat er een moordenaar in het park schuilt en vervolgens het hoofdpersonage te laten besluiten juist daar een stuk te gaan joggen.

Vaak zie je deze verhaalvorm terug in kinderboeken. De meeste (volwassen) lezers storen zich aan de Alwetende Verteller omdat het vaker niet dan wel de spanning uit het verhaal haalt. Het is toch veel leuker als lezer om te lezen hoe het hoofdpersonage besluit te gaan joggen en dan in het park ineens wordt overrompeld door de moordenaar?

Meerdere perspectieven

Door het verhaal te schrijven vanuit de ogen van meerdere personages, kun je als schrijver een meer gelaagd verhaal aanbieden. Kies je voor dit perspectief, hou je dan aan een maximum van 2 tot 3 personages. Meer dan dit kan het verhaal serieus kwaad doen omdat de lezer constant tussen verschillende personen wordt getrokken en de verhaallijn dreigt kwijt te raken.

Vraag jezelf af welke personages het meest te vertellen hebben en hoe dit zich tot elkaar verhoudt. Een liefdesverhaal tussen Martijn en Sarah, vertelt vanuit beide perspectieven, is bijvoorbeeld niet handig. Het haalt alle spanning weg want de lezer weet precies hoe beiden zich voelen en elk dilemma wat je als schrijver dan ook opbrengt wordt daarmee compleet ongeloofwaardig.

Dit perspectief kan vanuit de ik worden geschreven of vanuit een hij of zij. Maak het de lezer in elk geval heel duidelijk als je van perspectief verandert. Vaak gebeurt dit door de naam van het personage als hoofdstuk te vermelden zodat de lezer weet dat dat hoofdstuk vanuit die personage is geschreven.

Fantastisch schrijfplezier gewenst!

handtekening

2 thoughts on “Vertelperspectief

  1. Pingback: De Sidekick |

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *