Van een matig verhaalidee naar een sterk plot

Een verhaalidee kan mij op de raarste momenten te binnenschieten, maar één ding hebben die momenten altijd gemeen; ik denk niet aan het vinden van ideeën. Ik ben er niet mee bezig. Voor mij werkt het vinden van een idee net zoals het vinden van een geliefde; als je er te druk naar op zoek gaat, dan vind je ‘m niet.

Ik kijk naar series, waar ik blij van wordt. Als een zinnetje uit een boek iets met me doet, dan schrijf ik dat op. Of ik dagdroom over hoe het zou zijn als die scène uit die film echt zou zijn, en ik daarin de hoofdrol had. Wat zou ik dan doen? Of ik doe van die suffe testjes waarmee je achterhaalt wie je in een vorig leven was, of wat je ergste eigenschap is. En ik lees veel online. Over van alles en nog wat.

Alles waar ik ideeën uithaal, passen bij mijn interesse op het lees- (en dus ook schrijf)vlak. Ik hou van Fantastische Verhalen. Een vleugje magie. Een beetje out of the box. En dus zijn de series die ik kijk, de boeken die ik lees, de artikelen die ik vind online, allemaal gericht op het Fantastische.

Kijk naar waar jij blij van wordt, waar jij geïnteresseerd in bent, waar je energie bij voelt, dát is waar je jouw verhaalideeën zult vinden. Zodra je een idee hebt, al is het maar zo simpel als “een theekopje dat kan praten”, dan kun je er een plot omheen gaan verzinnen. Hoe je dat doet, vertel ik je in dit blog!

Stappenplan

Ik heb een stappenplan voor je ontwikkeld waarmee je van een (matig) verhaalidee naar ijzersterk plot kunt gaan. Vorige week vertelde ik je de (eerste) acht stappen van het schrijversproces. Hieronder zijn stap 1 en 2 van dat proces samengevoegd:

  • Betreft je idee een scène? Schrijf dan zoveel mogelijk details van deze scène uit. Waar ben je? Wat zie je? Wat gebeurt er? Speelt het zich af in deze tijd, of was dit in het verleden of juist in de toekomst? Wie spelen de hoofdrol in deze scène?
  • Betreft je idee een karakter? Vertel dan zoveel mogelijk over hem of haar. Hoe ziet hij of zij eruit? Benoem de sterke (en zwakke) karaktereigenschappen. Bedenk een scène waarin deze eigenschappen tot hun recht komen. Vertel iets over zijn of haar geschiedenis, waar ze zijn opgegroeid, wie hun beste vrienden zijn en waar ze stiekem over dromen.

Je zult zien dat met welke stap je ook begint (1 of 2), het resultaat zal zijn dat je zowel een duidelijk hoofdpersonage hebt en een duidelijke scène. Nu komt de volgende stap: hoe kom je van dit idee naar een plot?

  • Bedenk een probleem voor je hoofdpersonage, dat fungeert als een blokkade tussen wat je hoofdpersonage heeft en waar hij naar toe wil. Wat moet je hoofdpersonage doorstaan? Gaat het om een persoon die hij moet verslaan? Of juist zijn eigen onzekerheid? Hierbij helpt het om een Voor en een Na te creëren. Hoe was het leven van je hoofdpersonage voor het probleem? En hoe was het leven van je hoofdpersonage na het probleem?
  • Je hebt het probleem ontdekt. Nu is het belangrijk om de motivatie van je hoofdpersonage te ontdekken. Het probleem zal ongetwijfeld groot zijn, maar als je hoofdpersonage eromheen kan werken, zal hij geen motivatie voelen er iets aan te doen. De motivatie en het probleem zijn twee van de belangrijkste ingrediënten hoe je jouw lezer kunt verbinden aan jouw hoofdpersonage. Als de motivatie niet duidelijk is, en het probleem niet reëel, dan zal de lezer je verhaal minder snel geloven.

Goed, je hebt een scène, een hoofdpersonage en een probleem. Misschien heb je zelfs al de antagonist ontdekt; de persoon die juist niet wil dat jouw hoofdpersonage krijgt wat hij wil. Zo niet, dan is dit het moment om die ‘schurk’ te ontdekken.

  • Wie is de antagonist in jouw verhaal? Wie staat in de weg? En waarom? Wat is zijn of haar verhaal? Waarom is het zo belangrijk dat je hoofdpersonage niet krijgt wat hij wil? Wat zijn dan de consequenties van jouw antagonist. Let wel, de antagonist hoéft natuurlijk niet de schurk te zijn. Het is zelfs beter van niet. Als je zijn of haar verhaal duidelijk weet uit te leggen, zodat de lezer kan begrijpen waarom deze persoon zich verzet tegen de plannen van je hoofdpersonage, dan heb je een intrigerend verhaal te pakken.
  • Wie spelen nog meer een rol in jouw verhaal? Je hoofdpersonage doet het immers niet alleen. Kijk of het je lukt een aantal personen rondom jouw hoofdpersonage te verzamelen. Identificeer hun rol. Heb je bijvoorbeeld een mentor? En wie is de sidekick? En is er ruimte voor een episch liefdesverhaal?

Dit geldt trouwens ook voor jouw antagonist. Ook hij (of zij) heeft mensen om zich heen. Identificeer elke persoon en zorg dat ze een rol hebben die past (en nodig is) in het verhaal.

Structuur aanbrengen

Je hebt nu alle ingrediënten om van je verhaalidee een plot te maken waarmee je het volledige verhaal op kunt schrijven. Het vinden van een structuur is hierin heel belangrijk. Nu je stap 1 tot en met 6 hebt uitgeschreven, kun je ongetwijfeld deze toepassen in de onderstaande structuur:

Het gewone leven – de lezer leert hierin over jouw hoofdpersonage. Wie hij of zij is, hoe hun leven eruit ziet, met wie hij of zij zijn leven deelt en waarover hij of zij droomt.

Een zogenaamde ‘call to action’ – er gebeurt iets wat de hoofdpersonage verrast. Dit heeft hij nog nooit meegemaakt. Het is beangstigend, of juist bijzonder, maar het laat duidelijk zien dat de hoofdpersonage op een kruispunt staat. Gaat hij in op wat er gebeurt… of juist niet?

de hoofdpersonage accepteert deze call – de situatie brengt de hoofdpersonage in beweging. Hierin moet duidelijk terug te halen zijn waarom de situatie zo’n effect op je hoofdpersonage heeft en vooral waarom je hoofdpersonage geen andere keuze heeft, dan in te gaan op deze call.

de actie verhoogt – de spanning breekt aan als je hoofdpersonage zich in nieuwe situaties stort. Zijn besluit brengt risico’s met zich mee. Misschien dat in het begin je hoofdpersonage daartegen nog beschermd wordt, door bijvoorbeeld een Mentor. Maar uiteindelijk zal hij het alleen moeten kunnen doen.

de hoofdpersonage leert veel door te vallen en weer op te staan – Niemand leert iets van de een of andere dag. Het gaat wel eens fout. Ernstig fout. Ook dat mag in je boek naar voren komen, want de fouten van je hoofdpersonage maken hem menselijk. Zorgen ervoor dat hij verbonden blijft met de lezer want deze verwacht een realistische situatie. Ook in een fantasieverhaal!

het duel met de antagonist – de climax van het verhaal. Hier werkt je hoofdpersonage naar toe en hier zal blijken of hij sterk genoeg is, genoeg getraind heeft, genoeg wilskracht heeft ontwikkeld om het duel aan te gaan … en te overleven. Dit is het punt waar je lezer naar uitkijkt; gaat het je hoofdpersonage lukken?

Het leven is voorgoed veranderd – het eind van je boek. Hoe ziet het leven er nu uit? Heeft je hoofdpersonage de rit overleefd, en zo ja, hoe is hij eronder? Mocht je dit het eerste deel van een serie zijn, dan zal hier ongetwijfeld nog enkele vragen onbeantwoord blijven. Zorg er in elk geval wel voor dat de meeste vragen zijn beantwoord; je lezer wil bepaalde zaken hebben afgesloten, alvorens ze besluiten of ze het volgende boek ook willen lezen.

Dit is slechts één structuur van vele die je voor fantasieverhalen kunt gebruiken. Zodra je meer gaat schrijven, zul je ook meer gaan spelen met de structuur. Je gaat kijken wat werkt en wat niet werkt bij jouw verhaalideeën en je zult merken dat je vele kanten op kunt gaan. Het beste van dit alles is dat je altijd weer terug kunt gaan naar het begin, waar je jouw idee kunt bijschaven totdat het helemaal perfect is.

Fantastisch Schrijfplezier gewenst!

2 thoughts on “Van een matig verhaalidee naar een sterk plot

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *