Het laten voorbijgaan van tijd

Het verwerken van de tijd in je verhaal is best tricky. Een karakter kan niet van de een op andere dag krachten krijgen en weten hoe daarmee om te gaan. Dat kost tijd. Maar het leren van hoe die krachten werken, dat kan best saaie stof geven en je wilt je lezer wel blijven boeien, toch? Dus hoe doe je dat?

Tip 1 – laat je hoofdpersonage terugkijken

Het begin van een nieuw hoofdstuk is een prima moment om een je hoofdpersonage te laten terugkijken. Ik geef je een voorbeeld. Stel je hebt het hoofdstuk afgesloten met je hoofdpersonage die besluit les te gaan volgen in magie. Je volgende hoofdstuk kan dan als volgt beginnen: ‘Sinds ik ben begonnen met de lessen in magie, heb ik weinig tot geen slaap gehad’. Zo’n zin geeft aan dat er tijd verstreken is, maar niet hoeveel. De duur is ook niet altijd belangrijk. Dát er tijd is verstreken, dat is wel belangrijk. Dat zinnetje geeft je de mogelijkheid om vervolgens terug te blikken op wat er tijdens één van die lessen is gebeurd bijvoorbeeld.

Tip 2 – gebruik de seizoenen

Als je aan het begin van je verhaal een hint hebt laten vallen dat het zomer is (zoals een zin dat begint met ‘Op een mooie zomerse dag…’), dan kun je halverwege of aan het eind van het verhaal bijvoorbeeld je hoofdpersonage laten uitkijken naar een kerstfeest, waarvoor ze is uitgenodigd. Door seizoenen of bekende (vaste) dagen in het jaar te verwerken in je verhaal, geef je gelijk een gevoel van tijd mee. Let er wel op dat de zomer en kerst elkaar niet te snel volgt – daarmee geef je je verhaal een gehaast en wat afgeraffeld gevoel mee.

Tip 3 – snelle en langzame scènes

Een verhaal, waarin je alleen maar van spannende scène naar spannende scène springt, leest niet lekker. Je wilt als lezer ook scènes lezen waar je hoofdpersonage even adem kan halen. Wissel daarom de spannende, ofwel de snelle, scènes af met langzame scènes. Langzame scènes hoeven geen saaie scènes te zijn. Als je het goed doet, kun je juist die momenten ontzettend spannend maken.

Stel je voor dat je hoofdpersonage ergens op moet wachten. Je kunt dan dat zeggen: “Hij zit te wachten, eindeloos en eindeloos lang.” Maar dat geeft niet echt het gevoel van tijd en klinkt ook nog saai. Dus hoe dan wel?
Denk eens aan jezelf als jij ergens in spanning op zit te wachten. Wat gebeurt er dan? De tijd lijkt dan te vertragen. Dingen om je heen beginnen je ineens op te vallen. Het tikken van de klok. Geluiden van buitenaf. Je gaat daar over nadenken: wat zouden die geluiden kunnen zijn? Je voelt je hart harder kloppen. Enzovoorts. In zo’n scène wil je gebruikmaken van een fijne schrijfregel: Show, don’t tell.
Als je hoofdpersonage uiteindelijk hetgeen ontvangt waarop hij zat te wachten, kun je de langzame scène afsluiten door er direct weer actie in te zetten. Je hoofdpersonage rent zijn kamer uit, haalt de bus van vier minuten over vier en springt een half uur later uit bij de halte achter de bibliotheek.

Tip 4 – Gebruik data

Dit is vooral een handige tip als je hoofdpersonage een dagboek bijhoud of meerdere brieven schrijft. Je kunt dan passages van dit dagboek of die brief in je verhaal verwerken en daar de datum bij vermelden waarop dat stuk door jouw hoofdpersonage is geschreven.

Tip 5 – Verwerk het in een dialoog

Een dialoog tussen twee of meerdere personages is een ideale manier om het over tijd te hebben. Door één van je personages bijvoorbeeld te laten terugkijken op wat er in de scène ervoor was gebeurd en dan er een tijd aan te koppelen. Ik geef je een voorbeeld. Je laatste scène sloot je af met Stefan die op weg was naar zijn oma. De volgende scène kun je dan beginnen door zijn moeder tegen hem te laten zeggen: ‘Gisteren, toen je naar oma ging, was er nog niets met je aan de hand en nu ineens ben je ziek?’

Tip 6 – Gebruik een ‘scene break’

Als lezer hou ik niet van hoofdstukken die maar eindeloos door lijken te gaan. Het geeft me een beetje van dat ‘en toen, en toen, en toen’-gevoel. Een zogenaamde scene break biedt dan uitkomst. Oftewel, breek de scène af met drie sterretjes op een lege regel. Trouwens, het hoeven niet per se sterretjes te zijn: In zijn boek ‘Het’ geeft Stephen King de hoofdstukken een cijfer en een titel, en zijn scènes breekt hij op met cijfers.

Lezers weten dat een scene break inhoudt dat er iets anders is. Dat er tijd voorbij is gegaan of dat er een ander persoon aan het woord kan komen. Het is aan jou, de schrijver, om duidelijk te maken wat er is veranderd na de scene break. Een scene break geeft hetzelfde gevoel als een nieuw hoofdstuk. Alleen dan binnenin één hoofdstuk. Superhandig!

Tip 7 – Een grote tijdsprong

Als je verhaal zich afspeelt op twee (of meer) momenten die (ver) uit elkaar liggen in de tijd, dan kun je het beste je verhaal opsplitsen in delen. Deel 1 kan zich dan bijvoorbeeld richten op de jeugd van jouw hoofdpersonage en deel twee op zijn leven als hij dertig is. Door je verhaal op te splitsen in delen, geef je duidelijk aan dat er iets groots is gewijzigd en veelal is dat de tijd. Maak dat uiteraard wel duidelijk in de eerste alinea van je tweede deel.

Tip 8 – Schrijf een samenvatting

Een samenvatting is als het ware een infodump waarin je (zo kort en krachtig mogelijk) aangeeft wat er is gebeurd. Stel: je hoofdpersonage begint aan een nieuw schooljaar. Door vervolgens een stuk te schrijven over de eerste weken in haar nieuwe schooljaar, kun je als schrijver een paar weken vooruit springen. Haal uit die eerste weken alleen die zaken naar boven die relevant zijn voor het verhaal. Bijvoorbeeld de ontmoeting met een bepaald persoon, die op dat moment misschien nog niet belangrijk is, maar later in het verhaal wel. Zoom hier en daar een beetje in op die momenten om zo het gevoel van een infodump te vermijden. Een samenvatting kun je namelijk prima onderbreken met korte scènes zoals een terugblik.

Heb jij nog een andere tip hoe jij tijd voorbij laat gaan in jouw verhaal? Deel het in onze Facebookgroep!
Fantastisch schrijfplezier gewenst!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *