Hoofdstuk 1

Het begin van jouw boek. De eerste zin, de eerste woorden. Misschien zit je wel nagelbijtend naar je computerscherm te kijken. Hoe begin ik? Een lege bladzijde in Word staat voor je. De cursor staat te knipperen, klaar om van start te gaan zodra jij begint te typen.

En dat leidt tot één van de grootste vragen voor elke schrijver: Hoe zorg ik dat mijn lezers geboeid worden in het eerste hoofdstuk?

De ‘Hook’

Herinner je dat ene boek dat je niet kon neerleggen? Dat ene boek waar je vanaf de eerste bladzijde al hooked was?

Als je nu terugdenkt aan dat boek, wat was het waardoor je het boek niet wilde neerleggen? Het was de ‘hook’ oftewel iets maakte je nieuwsgierig. Je wilde weten hoe het zou aflopen.

Kijk nu naar jouw verhaalidee. Wat is een goede hook? Waarover zou je in hoofdstuk 1 al iets kunnen zeggen waardoor jouw lezer bij je zal blijven?

Misschien gaat je boek over een ongeluk. Kun je al iets daarover vertellen in je eerste hoofdstuk?

Of misschien heeft jouw personage een kracht waar hij niets vanaf wist. Dat zou ook een goede inleiding kunnen zijn.

lezen

De Don’ts

De schrijver begint het verhaal met iets heel spannends en je wordt direct meegezogen in het verhaal. Tot die laatste woorden van het hoofdstuk: “Ze had het allemaal gedroomd”. Jakkie. Het is zo’n typische cliché die je niet wilt terugzien in je eerste hoofdstuk. Net als beginnen over het weer, over het wakker worden of over een eerste dag op school of werk. Een eerste hoofdstuk kan prima midden in een scène beginnen. Daarmee heb je gelijk de interesse van je lezer!

Een paar andere tips:

– Verander niet je gezichtspunt oftewel Point of View (POV) in het eerste hoofdstuk. Je wilt dat de lezer weet door welke ogen zij meekijken. Zorg dat de lezer zich kan verbinden met dit personage. En zorg er uiteraard ook voor dat je personage niet te perfect is. Niemand kan of wil zich identificeren met een perfect persoon.

– Introduceer niet teveel personages in je eerste hoofdstuk en ga zeker geen ellenlange omschrijvingen geven van de omgeving waarin jouw personage zich bevindt. Je wilt de lezer aan de hand nemen en geleidelijk aan introduceren aan de door jou gecreëerde wereld en de personages die daarin voorkomen.

De Do’s

Natuurlijk heb ik ook een paar tips voor je wat je juist wél wilt doen in je eerste hoofdstuk.

– Show don’t tell. Een voorbeeld: “Sarah was een keurige dame, die met veel plezier elke dag haar hondje uitliet in het park nabij haar huis. Ze was 22 jaar oud, net van school, en droeg haar blonde haar in een hoge staart. Sarah was niet alleen heel slim, maar ze had ook goed contact met de buren.”

Ben je er nog? Nee? Om eerlijk te zijn, ik ook niet. Gaap zeg. Dat was saai nietwaar? En precies dat is de gouden regel van show don’t tell: vertel als schrijver niet alles over je personage maar laat het zien. Laat Sarah bij de buren op visite gaan. Laat Sarah in het park rondwandelen met haar hondje. Dat leest toch veel fijner?

Een tip die niet alleen geldt voor jouw eerste hoofdstuk maar voor het gehele verhaal is de volgende.

– Gebruik alinea’s en wees consequent. Zodra iemand iets zegt, gebruik een nieuwe alinea. Zodra je overgaat van het schrijven over je personage naar het schrijven over de omgeving waarin hij zich bevindt, begin een nieuwe alinea. Alinea’s zorgen ervoor dat het hoofdstuk overzichtelijk is en gemakkelijk leesbaar.

Consequent zijn in schrijfstijl zorgt voor rust bij de lezer. Je wilt immers dat je lezer alleen maar oog heeft voor jouw verhaal en niet gaat letten op eventuele inconsequenties. Dus… Gebruik je dubbele aanhalingstekens als iemand iets zegt, blijf dat dan zo aanhouden. Zet je de gedachten van iemand in cursief neer, zorg dan dat elke gedachte in jouw verhaal cursief getypt staat.

– Een laatste tip: Maak je geen zorgen. Jouw verhaal, en dus ook jouw eerste hoofdstuk, staat met de eerste keer nog niet als een huis en dat hoeft ook niet. Je zult merken als je verder in het verhaal bent, dat je ineens een ander idee krijgt voor jouw eerste hoofdstuk. Zodra je jouw verhaal op papier hebt, probeer het uit. Schuif eens een andere scène naar het begin van jouw boek. Schrijven, en vooral redigeren, is net zoals een puzzel in elkaar zetten. Pas als je alle stukjes hebt, kun je het beste zien waar wat thuishoort door het gewoonweg eens naast elkaar te leggen.

Al deze tips zijn precies dat; tips. Het is niet een handboek waaraan je je moet houden en er zijn ook zeker wel uitzonderingen te noemen waarbij de Don’ts bijzonder goed bleken te werken en de Do’s juist totaal niet. Maar voor een beginnende schrijver is het fijn om een paar tips als houvast te kunnen gebruiken en gaandeweg leer je wat wel en niet voor jou werkt.

Nog één ding: het eerste hoofdstuk is niet hetzelfde als een proloog. Daarover vertel ik je in een later blog meer.

Fantastisch schrijfplezier gewenst!

handtekening

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *