Herschrijven en redigeren

herschrijven en redigeren

Het schrijversproces is bijna ten einde! Nu ja, de 8 stappen die ik met je deelde in een vorig blog. Er zijn nog een paar stappen die daarna volgen – mits je je verhaal uit wilt brengen in boekvorm.

Maar daar zijn we nog niet helemaal.

Eerst de laatste twee stappen: herschrijven en redigeren. In de eerdere stappen heb je je verhaal al van voor naar achteren doorgenomen. Misschien heb je al wat (kleine) foutjes eruit gehaald. In ieder geval heb je het doel van je (hoofd)personages verduidelijkt. Je plot is versterkt. Je hebt opgeschreven waar je meer emotie wilt toevoegen of juist in welke scène je juist wat emoties mag gaan schrappen.

Nu ben je op het punt gekomen waar je je verhaal zodanig gaat gladstrijken dat het voor jouw lezers een heuse leeservaring gaat worden. Ben je er klaar voor om je verhaal af te ronden?

Herschrijven

Tijdens de vorige stappen heb je heel wat notities gemaakt. Het is tijd om die notities te verwerken. Heb je scènes om toe te voegen, doe dat dan nu. Kijk nog even niet naar de tekst eromheen of alles nog aansluit; dat is voor de volgende stap.
Voor nu wil je eerst alle notities en extra informatie, die je hebt opgeschreven, verwerken in je verhaal op die plekken waar het voor jouw gevoel thuishoort. Terwijl je stukken herschrijft en toevoegt, kunnen er weer nieuwe ideeën oppoppen. Kijk of je ze gelijk kunt verwerken. Zo ja, doe dat.
Heb je een scène geschreven die ergens anders in het verhaal beter tot zijn recht komt, dan waar hij nu staat? Schuif de scène dan naar de juiste plaats. Ook hierin hoef je (nog) niet te letten op of de scènes op elkaar aansluiten. Grote kans dat ze dat niet doen, maar als je je daar nu op gaat focussen zul je andere oneffenheden niet gaan zien bij het redigeren.

Alle informatie verwerkt? Mooi, dan zijn we aangekomen bij de laatste stap en dit is tegelijkertijd ook één van de grootste (en voor mij één van de meest ergerlijke) stappen van het schrijversproces.

Redigeren

De tijd is gekomen om stevig te gaan muggenziften. Redigeren is niets anders dan elke alinea, en elke zin en elk woord in die zin, onder de loep nemen.
Bij het redigeren zijn een paar punten waar je aan wilt denken:

Doel

Elke scène heeft als doel dat het jouw verhaal dient. Als je een scène, of een deel van een scène tegenkomt, die niet past in dat doel – schrap ‘m. Ook als het een fantastisch idee is, maar simpelweg niet werkt in dit verhaal. Noteer het in je document met verhaalideeën, maar haal het uit dit verhaal. Uit eigen ervaring kan ik zeggen; dit is soms best pijnlijk. Sommige ideeën zijn zo fantastisch dat je zo graag wilt dat het past binnenin het verhaal waar je nu aan werkt. En toch doet dat het niet. Het idee verdient dan een beter, ander verhaal.

Consistentie

Een lekker duur woord wat niets anders betekent dan dat jouw schrijfstijl overal gelijk is. Let bijvoorbeeld eens op jouw geschreven dialoog. Heb je dit op alle plekken op dezelfde manier weergegeven? Dubbele of enkele aanhalingstekens is zo’n voorbeeld ervan. Hier kun je inconsequent mee zijn door het de ene keer met dubbele, de andere keer met enkele aanhalingstekens te schrijven. Een snelle manier om dit soort foutjes eruit te halen is door de zoek-functie te gebruiken. Heb je gekozen om dialoog aan te geven met dubbele aanhalingstekens, dan kun je het teken “ invoeren in de zoek-functie en daarmee vind je alle dialoog.
De onuitgesproken regel met aanhalingstekens in dialoog is dit: hoe minder, hoe beter. Kijk tegelijkertijd ook of je vaak de ‘zei hij’-variant toepast. Kun je dat weglaten, doe dat dan. Uit het gesprek zelf wil je laten blijken aan de lezer wie aan het woord is.

Heden versus verleden tijd

Tijdens het schrijven kun je soms zo opgaan in het vertellen dat je haast automatisch overgaat van verleden tijd naar heden tijd. “Hij zei” wordt dan ineens “Hij zegt”.

Bijwoorden

Dit zijn woorden die iets zeggen over een ander woord. Ik geef je een voorbeeld: Hij rende snel naar de trein.
Snel zegt in dit geval iets over het rennen. Het is geen foute zin, maar het kan wel beter. Bijvoorbeeld: Hij racete naar de trein.
Let ook eens op je gebruik van het woord (zo)veel of erg. Als je dit doet om het woord erna aan te dikken, kijk dan of je het weg kunt laten of een ander woord kunt gebruiken dat sterker overkomt.
Ik geef je een voorbeeld:
Het was heel vermoeiend voor mij —> Het putte me uit.

Passief versus actief taalgebruik

Dit kun je scharen onder het kopje Show don’t tell. Daarover heb ik in een eerder blog al wat meer verteld. Iedere schrijver heeft favoriete passieve woorden die hij gebruikt. Zodra je weet welke woorden dat voor jou zijn, kun je heel snel door het verhaal scannen (bijvoorbeeld met gebruik van de zoek-functie) en aanpassen waar de passieve woorden actief gemaakt kunnen worden.

Herhaling

Niet alleen op zinsniveau kun je in de herhaling vallen, ook op woordniveau komt dit voor. Kijk maar eens naar je verhaal. Is er een woord dat je vaak gebruikt, bijvoorbeeld om de glimlach van je hoofdpersonage te omschrijven?

De enige uitzondering hierop is bij dialoog. Veelvuldig gebruik van “zei hij” of “zei zij” is niet iets wat je per se wilt veranderen. Je kunt ervoor kiezen altijd deze variant te gebruiken, of je kunt het hier en daar eens afwisselen met een ander woord, zoals “riep hij uit” of “mopperde ze”. Ikzelf ben een voorstander van de laatste – gewoon omdat ik hou van wat afwisseling. Maar dit is voor elke schrijver weer anders, dus kies wat goed voelt voor jou.

Opnieuw lezen

Om er 100 procent zeker van te zijn, dat je alle fouten uit je verhaal hebt gehaald, is er maar één echt goed middel: je verhaal opnieuw lezen. Een herhaling van stap 5. Je kunt er ook voor kiezen om je verhaal voor te laten lezen. In Windows 10 heb je de handige vertelfunctie. Deze kun je starten door CTRL en ENTER te combineren met de Windows-logotoets .
De monotone computerstem maakt je gelijk duidelijk waar het niet lekker loopt in je verhaal.

Er zullen altijd “stomme foutjes” in de tekst blijven zitten, ook al heb je al deze stappen perfect uitgevoerd. Elke schrijver heeft blinde vlekken. Dat punt waarop je zeker weet dat je klaar bent met redigeren – die komt niet. Je zal in grote of kleine mate altijd blijven twijfelen of de tekst goed genoeg is. En dat is oké. Als je je verhaal wilt publiceren, dan heb je daar proeflezers, en in een later stadium een professionele redacteur, voor. Die zullen je blinde vlekken ontdekken zodat je daarmee aan de slag kunt gaan!

Fantastisch schrijfplezier gewenst!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *