Taalvoutjes – ben jij een echte taalfreak?

Als mensen horen dat ik boeken schrijf en me als schrijfcoach profileer, krijg ik vaak de opmerking: ‘dan erger je je vast groen en geel aan teksten met taalfouten zeker’ en ‘corrigeer je die persoon dan ook?’ En dan moet ik eerlijk bekennen: ja, soms wel. Ik ben niet bang om mensen op taalfouten te wijzen, vooral fouten die -naar mijn mening- gewoonweg niet oké zijn. Een kritische noot die ik terugkreeg was dat ik als taalfreak toch echt meer zag dan de gemiddelde Nederlander. Dat triggerde me: ben ik een van de weinigen die zo op taal is gefocust, of zijn er meerderen met mij? Ik ging op onderzoek uit…

Een taalfreak, ja daar kan ik me prima mee identificeren. Ik hou ervan als geschreven taal gewoon klopt en dat geldt niet alleen voor het Nederlands maar ook voor het Engels. Dat wil niet zeggen dat ik altijd foutloos schrijf, want ook in mijn teksten is wel eens een foutje geslopen, ondanks meerdere malen spellingscheck.
Uit een onderzoek blijkt dat taalfreaks (vaak) een moeilijk karakter hebben. Persoonlijk vind ik dat iets te kort door de bocht. Het hangt samen met de manier waarop gecommuniceerd wordt over de taalfouten, maar ook of de persoon die de taalfouten maakt kan omgaan met (constructieve) kritiek.

Voor mij hangt het vooral samen met de context. Ik kan me veel sneller over typfouten heen zetten als het in een whatsapp berichtje gebeurt (autocorrect aargh!), dan wanneer het in het zakelijke mailverkeer voorkomt. Dat laatste draagt bij aan hoe ik een bedrijf of persoon ervaar; als je op zakelijk niveau (grove) taalfouten maakt, kan dat iets zeggen over de professionaliteit van een persoon of bedrijf. En de irritatie is zeker aanwezig als men mij met meneer aanspreekt of mijn naam verkeerd spelt… Dat vind ik gewoonweg slordig.

Sommige onbedoelde taalfouten zijn best grappig. Zoals ‘vacature’ wanneer men ‘factuur’ bedoelt bijvoorbeeld. Terwijl je schrijft kun je aan hele andere dingen denken en dan registreert je brein gewoonweg niet dat het woord dat je schrijft niet klopt. Ik vroeg de leden van het Huis van Schrijfsels wat hun meest voorkomende irritaties waren op het gebied van taalfouten en jongens, wat gingen ze los!

me vs. mijn

Me fiets, me auto… In gesproken taal wordt het veelal geaccepteerd, of weggewoven aan ‘de jeugd van tegenwoordig’. Misschien kun je dit zelfs (deels) wijten aan dialect. Daarin worden woorden soms ook net iets anders uitgesproken: ik ken (ik kan) of ik gaan (ik ga). Maar de meesten zijn het erover eens dat dit in de geschreven taal toch echt een grote ergernis is.

mij vs. ik

Hier komen we op wat gladder ijs. ‘Mij’ kun je namelijk op verschillende manieren gebruiken. De verwarring tussen ik en mij komt voor in zinnen zoals:
-Op die foto staan mijn broer en IK
-Deze tent is van mijn broer en MIJ
Kortgezegd, in de laatste zin kun je mijn broer en mij vervangen met ‘ons’. Bij de eerste zin kan dit niet. Het is alleen mijn broer en mij als je er een voorzetsel voor kunt denken zoals voor, aan, op, naast, achter enzovoorts.

jou vs. jouw

Dit kom ik nog wel eens tegen in zakelijke e-mails… “Mijn reactie op jou bericht.” Of “Ik zal straks even bij jouw langslopen.” Oef. Ik zal me inhouden, maar geef wel een tip: als het woord iets zegt over het woord erachter, dan zet je er een w achter. Jou (zonder de w) gaat om jou als individu. Jouw (met de w) bevestigt eigendom van het woord erachter.

hun/hen vs. zij

‘Hun lopen naar buiten,’ doet mij ineenkrimpen. Hun zegt iets over het woord erachter, net als ’mijn’. ‘Zij lopen naar buiten’ is de juiste wijze.
Ook tussen ‘hun’ en ‘hen’ komt vaak verwarring voor. ‘Hun’ is net als ‘mijn’ en ‘jouw’ en zegt iets over het woord erachter. Bijvoorbeeld ‘hun jas’. ‘Hen’ is een op zichzelf staand woord: je vraagt iets aan ‘hen’.

als vs. dan

‘Zij kookt net zo lekker als haar vriend’ en ‘Hij is kleiner dan zijn zusje,’. De regel voor ‘als’ en ‘dan’ is zo simpel, maar toch gaat het nog vaak fout.
Als iets gelijk is, dan zeg je ‘als’. Bij alles wat groter, kleiner, leuker, grappiger, stommer, verrassender, ingewikkelder of wat dan ook is, gebruik je het woord ‘dan’.

deze vs. dit

‘Deze’ en ‘dit’ zijn woorden die verwijzen naar zelfstandige naamwoorden. Bijvoorbeeld: Het verslag is vanaf morgen beschikbaar. Deze kunt u dan opvragen […].
‘Deze’ verwijst naar verslag. Als je het woord ervoor zet (Deze verslag) kun je, als je een beetje taalkundig bent, horen dat dat niet klopt. Het is ‘dit verslag’ en dus is de tweede zin ‘Dit kunt u dan opvragen […].’

letterlijk vs. figuurlijk

‘Ik ging letterlijk dood.’ Nou, ik hoop het toch niet voor je. Heel vaak geldt dat waar je letterlijk gebruikt, je eigenlijk figuurlijk bedoelt. Want letterlijk betekent echt. Ging je echt dood? Dan heeft iemand je weer tot leven gebracht. Wat fijn. Of ging je figuurlijk dood?

d, t of dt?

D/t-fouten komen voor in alle vormen en maten: jij word, hij heeft gezegt, wildt u… De meeste mensen vallen weleens in de d/t valkuil. Onze taal is niet altijd even gemakkelijk (vraag maar aan mensen die Nederlands proberen te leren; het is lopen en liepen, maar geen kopen en kiepen. Er zit niet altijd logica in onze taal!).
Daarnaast is de samenstelling van de zin ook van belang. ‘Jij vindt het belangrijk.’ Is op de juiste manier geschreven. Maar zou je de zin vragend maken: ‘Vind jij het belangrijk?’ dan verdwijnt de t.
Een diepere uitleg over het gebruik van d’s, t’s en dt’s vind je op beterspellen.nl.

na/naar

Een hele pijnlijke fout die vooral onder de jeugd een grote opkomst lijkt te maken: ‘na’ gebruiken als je ‘naar’ bedoelt. ‘Na’ gaat over een moment, voor en na, en kun je dus niet gebruiken als je ergens naartoe gaat.

Contaminaties

Contaminaties komen in veel verschillende varianten voor en sommige zijn zo gewoon geworden dat je ze niet eens (direct) meer herkent. Een voorbeeld is: overnieuw (opnieuw + over).
‘Ik besef me dat ik mijn telefoon vergeten ben.’
Veel mensen zien weinig fout aan deze zin. Toch is dit een contaminatie, namelijk van beseffen en zich realiseren. Realiseren is een wederkerend werkwoord, waardoor je dus kan zeggen: Ik realiseer me. Beseffen is geen wederkerend werkwoord en daardoor kun je hem alleen los gebruiken: Ik besef dat ik mijn telefoon vergeten ben.
‘Ik irriteer me aan hem.’
Irriteren is een werkwoord dat altijd met een lijdend voorwerp wordt gecombineerd. Iemand kan jóú irriteren, maar jij kan je niet aan iemand irriteren. Hier worden irriteren en ergeren door elkaar gehaald. Juist is: Hij irriteert mij en Ik erger me aan hem.
‘Vergeet niet ook even te refereren naar dat onderzoek.’
Iedereen snapt wat er bedoeld wordt met refereren naar, maar het is onjuist Nederlands. Refereren aan en verwijzen naar zijn hier door elkaar gehaald.

Spatiefouten

Overmatig gebruik van spaties, of dubbele spaties voor de echt scherpe kijkers onder ons, zijn veelal ook een bron van irritatie. Mede door de grote invloed van de Engelse taal zien we in Nederland steeds vaker tomaten soep, weg afsluiting en honden weer.

De enigste

Dit is vorm die niet bestaat. Het bijvoeglijk naamwoord enig(e) betekent ‘waarvan er geen tweede is’. In spreektaal wordt er soms het woord enigste van gemaakt om iets meer nadruk te geven aan het woord erachter: ‘dit is mijn enigste boek’. Toch klopt het niet. Eniger dan enig is immers niet mogelijk.

Te allen tijde

Oh, de variaties die je op deze drie woordjes kunt vinden… Wat is de juiste vorm: ter aller tijde, ten allen tijde, ten alle tijde, te alle tijde, te allen tijde of nog een andere vorm?
We kunnen eerlijk zijn; je kunt haast niet creatiever worden dan met deze uitdrukking. Er is echter slechts een vorm juist: te allen tijde.

Zit jouw taalirritatie in dit rijtje? Of heb je een andere? Leuk als je ‘m met ons deelt!